Blinde vlek in professionalisering
Wat we nog te weinig onderzoeken, is waardoor dezelfde methode bij de ene professional dieper, preciezer en betrouwbaarder werkt dan bij de andere. Onderzoek naar therapeutische alliantie (Flückiger et al., 2018), empathie (Elliott et al., 2018), therapist effects (Delgadillo et al., 2018; Saxon & Barkham, 2012) en fysiologische synchronie (Tschacher et al., 2020; Palumbo et al., 2017) wijst al langer in dezelfde richting: de uitkomst van een traject hangt niet alleen samen met techniek of context, maar ook met de persoon die ermee werkt. Sommige professionals lijken systematisch beter in staat om een werkzame relatie op te bouwen, responsief te blijven en hun werkwijze dienstbaar te maken aan wat zich in het moment aandient.
Daar ligt voor mij een beslissende vraag.
Wat maakt dat dezelfde aanpak in de handen van de een werkelijk iets opent, en in de handen van de ander veel minder? Welke concrete gedragingen onderscheiden professionals met sterkere therapist effects van anderen? Welke vormen van zelfwaarneming, supervisie en reflectie vergroten responsiviteit zonder methodische discipline te verliezen? Welke rol spelen variabelen als attachment, persoonlijkheid en burnout precies in alliantie-opbouw en uitkomst? En wanneer helpt protocoltrouw juist wél, terwijl zij op andere momenten ten koste gaat van contact?
Dat zijn voor mij geen retorische vragen. Ze raken direct aan de betrouwbaarheid van het werk zelf.
Ook buiten de hulpverlening zie je iets dat in dezelfde richting wijst. Het klassieke onderzoek Pygmalion in the Classroom liet zien dat verwachtingen van leraren de ontwikkeling van leerlingen mede konden beïnvloeden, al is dat onderzoek later terecht bekritiseerd op methodologie en interpretatie. Ik gebruik het daarom niet als sluitend bewijs, maar als illustratie van een mechanisme dat we niet te snel moeten wegwuiven: wat degene die voor je staat verwacht, ziet en uitlokt, werkt mee in de uitkomst. In hulpverlening en coaching gaat het dan om wat iemand doet, maar ook om wat iemand meebrengt in vertrouwen, afstemming, spanning en verwachting.
Juist daarom stel ik dit soort vragen al jaren ook aan mezelf. De bereidheid om kritisch te kijken naar mijn eigen positie, mijn eigen reacties, mijn eigen neiging om te begrijpen, te helpen of te sturen, hoort voor mij niet naast het werk. Het hoort erin.
Dat vraagt geen perfectie, ook geen zuiverheid als ideaal of doel. Het vraagt iets anders. Genoeg zelfwaarneming, regulatie, reflectief vermogen en responsiviteit om innerlijke processen waar te nemen voordat ze ongemerkt de regie overnemen. Een professional die echt staat, is dus niet iemand zonder pijn, geschiedenis of worsteling. Het is iemand die daar niet pas mee wordt geconfronteerd wanneer het al meewerkt in het contact. Iemand die kan opmerken wat er in hemzelf gebeurt, zonder het meteen te hoeven dempen, oplossen of managen.
Voor de ander. En voor zichzelf.
Wat er in het veld veel meer wordt gereguleerd, getoetst en georganiseerd, ligt aan de buitenkant. Titels. Opleidingen. Certificeringen. Kwaliteitssystemen. Klachtenprocedures. Richtlijnen. Methodische standaarden. Dat heeft waarde. Het beschermt, verduidelijkt en maakt kwaliteit beter toetsbaar. In de zorg is dat zichtbaar in beroepstitels, bevoegdheden en wettelijke kwaliteitskaders. In coaching zie je vooral pogingen tot professionalisering in een grotendeels onbeschermde markt.
Die ontwikkeling is begrijpelijk. En op veel punten nodig.
Wat veel minder expliciet wordt onderzocht of onderwezen, is de mens die met al die kennis, regels en methodes werkt. De mate waarin hij zichzelf kan waarnemen onder druk. De mate waarin hij kan blijven staan wanneer het spannend wordt en de neiging ontstaat om weg te bewegen. De mate waarin hij niet automatisch gaat sturen, fixen, verklaren of verdwijnen in moeilije situaties.
Precies daar zie ik een blinde vlek.
Dat is geen aanklacht tegen coaching of therapie. Geen afwijzing van regels, standaarden of methodes. Ze hebben waarde. De vraag is alleen of we voldoende aandacht geven aan datgene wat al die kaders uiteindelijk moet dragen: de mens die ermee werkt.
De methode werkt nooit los van de mens die haar draagt.
Zodra je dat werkelijk tot je laat doordringen, wordt zichtbaar hoe vaak de buitenkant betrouwbaarheid suggereert, terwijl de binnenkant nog op iets anders draait. Wat eruitziet als kracht, kan nog steeds bescherming zijn. Wat eruitziet als zorgzaamheid, kan nog steeds ten koste van jezelf gaan. Wat eruitziet als leiderschap, kan nog steeds controle zijn. En wat eruitziet als afstemming, kan nog steeds uit aanpassing voortkomen.
Het probleem ligt niet in de kwaliteit zelf. Het probleem ligt in de plek vanwaaruit die wordt ingezet.
Daar zit voor mij ook de scherpste vraag aan hulpverlening. Help je iemand alleen met de techniek, of ook met wat je belichaamt in de ruimte? Iemand die niet meteen weggaat wanneer iets moeilijk wordt. Iemand die aanwezig kan blijven zonder direct te fixen, te duiden, over te nemen of zich achter een protocol te verschuilen.
Mensen komen niet alleen om iets te begrijpen. Ze komen soms ook om iets te ontmoeten wat ze in hun eigen leven missen: een vorm van aanwezigheid die niet breekt zodra er iets wezenlijks zichtbaar wordt.
Dat maakt deze vragen voor mij niet theoretisch. Het maakt ze existentieel.
Zelfs de drang om te begrijpen, te helpen of te ontwikkelen staan daar niet buiten. Ook die kunnen door hetzelfde overlevingspatroon worden aangestuurd. Je zoekt dan niet alleen naar hulp. Het zoeken zelf kan een manier worden om weg te blijven van wat zichtbaar verlangt te worden.
Misschien ligt daar ook een vraag die we nog te weinig open laten. Wat werkt er in de methode mee dat van jou is? Wat helpt werkelijk, en wat stelt gerust? Wat blijft binnen de vorm, maar raakt niet de essentie?
Ik schrijf dit niet als harde conclusie. Eerder als een plek waar ik zelf al jaren naar terugkeer. Misschien is dat een gesprek dat we preciezer, eerlijker en dieper moeten durven voeren.
Bronnen
- Flückiger C, Del Re AC, Wampold BE, Horvath AO. The alliance in adult psychotherapy: A meta-analytic synthesis. Psychotherapy. 2018;55(4):316-340.
- Elliott R, Bohart AC, Watson JC, Murphy D. Therapist empathy and client outcome: An updated meta-analysis. Psychotherapy. 2018;55(4):399-410.
- Delgadillo J, Saxon D, Barkham M. Associations between therapists' occupational burnout and their patients' depression and anxiety treatment outcomes. Depression and Anxiety. 2018;35(9):844-850.
- Tschacher W, Meier D. Physiological synchrony in psychotherapy sessions. Psychotherapy Research. 2020;30(5):558-573.
- Palumbo RV, et al. Interpersonal autonomic physiology: A systematic review. Personality and Social Psychology Review. 2017;21(2):99-141.
- Rosenthal R, Jacobson L. Pygmalion in the Classroom. 1968.